15 december 2018

Voor jongeren uit de jeugdhulp is het vaak ingewikkeld om op zichzelf te gaan wonen. Betaalbare kamers zijn schaars in Amsterdam, een stabiel inkomen is lastig als je vroeg op jezelf gaat wonen en het ontbreekt vaak aan een vangnet waar zij op terug kunnen vallen als het wat minder gaat. Dat, terwijl een stabiele, eigen plek heel belangrijk is in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid met doorlopende begeleiding, als dat nodig is.

Op weg naar zelfstandigheid

Spirit ondersteunt jongeren op weg naar zelfstandigheid, die door een stapeling van problemen die stap zelf niet kunnen maken. Op gebied van support, inkomen en schulden, school en werk, gezondheid en welzijn worden zij versterkt, zodat zij uiteindelijk leren een zelfstandig leven op te bouwen. In samenwerking met gemeente Amsterdam en woningbouwcorporaties is er een nieuwe woonroute voor jongeren van Spirit die zelfstandig willen gaan wonen. Woningbouwcoöperaties stellen jaarlijks jongerenwoningen ter beschikking en Spirit zorgt voor de begeleiding. Sherevho (19) is een van deze starters, hij krijgt hulp van Spirit en huurt via de Key: ‘Uiteindelijk draait het allemaal om zelfdiscipline en doorzettings-vermogen’.

Sherevho heeft altijd een grote drang gehad naar zelfstandigheid. Dat begon al op zijn vijftiende toen hij nog bij zijn ouders woonde in Amsterdam. Thuis ging het een beetje “comme ci, comme ca”, blikt hij terug. Om niet te zeggen stroef. ‘Ik was aan het puberen. We hadden onnodige discussies en ruzies over kleine dingen. “Sherevho doe het licht uit.” “Sherevho doe de afwas.” Wat een gezeur vond ik dat. Het benauwde me. Mijn ouders zeiden dat ik het nog wel ging merken hoe het zou zijn om later zelfstandig te wonen. Dat maakte me nieuwsgierig. Ik voelde me uitgedaagd en ben op vrijwillige basis weggegaan.’ Dat was het begin van een nieuw woontijdperk met wisselende huizen van Spirit en begeleiders die hem langzaam probeerden klaar te stomen voor meer zelfstandigheid.

Waardevolle begeleiding

Een wat onwerkelijke tijd, vertelt hij nu, waarin hij zich soms alleen en kwetsbaar voelde. ‘Ik verzette me heel vaak. Als mensen tegen me zeiden “je moet dit” of “je moet dat”, ging ik in de verdediging. Ik doe helemaal niks. Waarom zou ik? Ik kropte heel veel emoties op en deelde te weinig. Daar heb ik gelukkig mee leren omgaan. Die begeleiding die ik heb gekregen van Spirit was heel waardevol.’
Zijn eerste stap naar meer zelfstandigheid was op IJburg. Daar woonde Sherevho samen met drie andere jongeren en een hoofdbewoner. Hij hoefde nog geen huur te betalen en kreeg 50 euro leefgeld per week. ‘Liesbeth werd mijn nieuwe mentor. Zij was de “mama” van het huis. Ze maakte met mij een budgetteringsplan, leerde me economisch boodschappen te doen. Ze regelde zaken op school. Ze deed veel voor me.’ Het moeilijkst vond Sherevho om met dagelijkse disciplines om te gaan. ‘Als ik bij mijn ouders een glas op tafel liet staan, ruimde mijn moeder het wel op. Op mijn eigen plek kon dat glas zo een week blijven staan. Ik moest meer zelf doen en dat moest ik leren.’

‘Ik ben eigenlijk op mijn ouders gaan lijken’

Nu zijn de zijwieltjes er bijna af. Hij woont in zijn tweede zelfstandige woning in een hagelnieuw pand van de Key, vlakbij de Wibautraat. In Hoofddorp (zijn eerste zelfstandige woning) had hij het wel gezien. ‘Maar ik had geen idee of ik weer naar Amsterdam terug kon keren. Ik had wel een hele stapel papieren ingestuurd om me op te geven voor een jongerenwoning. Papieren van school, loonstrookjes. Ik moest minstens 600 euro verdienen om hier te kunnen wonen en mijn huur te betalen. Ik mocht geen schulden hebben. Geen openstaande boetes. Daarna was het afwachten. Toen ik dit voorjaar van Spirit hoorde dat het Amsterdam ging worden, werden mijn ogen héél groot. Wát?’ Diezelfde avond ging Sherevho met zijn begeleider Gea kijken. 20 april om 10.49 kreeg hij de sleutels. Trots laat de gelukkige starter de foto zien die hij van dit historische moment heeft gemaakt. ‘Om 16.27 stonden alle spullen er al in. Dezelfde dag nog. De eerste nacht heb ik niet geslapen. Ik kon het nog niet geloven. Ik keek de hele tijd naar mijn nieuwe kamer. Ik had een eigen plekje, midden in Amsterdam. Wauw.’ De begeleiding is afgebouwd. Hij belt nog wel met Gea over de laatste nieuwtjes en treft haar soms. Maar hij dopt zijn eigen boontjes. ‘Ik voel me sterker. Ik voel me de baas over mijn eigen leven. Vroeger had ik altijd een grote mond. Ik wist het allemaal al. Nu ik mijn eigen huis heb, ben ik mijn ouders wel beter gaan begrijpen. Ik zorg goed voor mijn stekkie en heb het graag lekker clean. Ik zou de hele dag kunnen schoonmaken.’ Hij lacht. ‘Ik ben eigenlijk wel op mijn ouders gaan lijken.’

Dit nieuwsbericht delen: