Testosteron & Oestrogeen

‘We weten nu dat we onderscheid moeten maken in een aantal subgroepen die mogelijk een ander soort behandeling nodig hebben. En we hebben aanvullende aanwijzingen gevonden dat meisjes en jongens in de gesloten jeugdzorg verschillend behandeld moeten worden’, stelt kinder- en jeugdpsychiater Tijs Jambroes in zijn onderzoek naar de invloed van neurobiologische en neuropyschologische kenmerken op een behandeltraject. Wat betekent dat – héél concreet – voor de samenstelling van de groepen bij de Koppeling?

De Koppeling heeft zeven behandelgroepen met elk ongeveer acht kinderen. Er zijn vijf gemengde groepen en twee groepen alleen voor meisjes, omdat hun kwetsbaarheid en behoefte aan veiligheid centraal moet worden gesteld. Er is een groep gericht op jongens en meisjes met een licht verstandelijke beperking. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze kinderen het beste bij elkaar in een groep kunnen worden behandeld. Daarnaast is er een kortverblijf groep.

Minder profileringsdrang, minder meidengedoe

‘In een gemengde groep is het echte ‘meidengedoe’ van roddelen, katten en automutileren veel minder prominent aanwezig. In aanwezigheid van meisjes hebben jongens veel minder de neiging om zich te profileren’, zegt Lonneke Goedman, behandelcoördinator bij de Koppeling. Lonneke ziet dat jongens minder bezig zijn met hun positie in de groep en de antisocialiteit en agressiviteit van jongens neemt af. Bovendien leren jongens en meisjes van elkaar in gemengde groepen. Ze spreken elkaar regelmatig aan op hun gedrag: ‘Laatst zei Tara tegen Abdel: Hé, ik wil tv kijken, dus wil je die niet slopen? Elkaar aanspreken is goed voor hun ontwikkeling.’

Onderlinge relaties

Een gemengde groep kan ook ingewikkeld zijn. Lonneke: ‘Dit heeft vooral met onderlinge relaties te maken. Deze brengen we steeds in kaart; wie heeft contact met wie, welke vriendschappen zijn er, waar loopt het niet goed, wie heeft welke rol in de groep, wie zijn de informele leiders en volgers? Doordat de samenstelling van de groep steeds veranderd, veranderen de relaties ook doorlopend.’

In groepsgesprekken, waarin onder andere veiligheid en vertrouwen centraal staan, praten de medewerkers met jongens en meisjes over hun rol in de groep: ‘Jij woont hier nu, hoe zorg je ervoor dat het hier veilig is voor jou en de anderen? Wat is jouw aandeel hierin? Wat gebeurt er als je over een groepsgenoot roddelt?’ Hierdoor krijgen jongens en meisjes meer verantwoordelijkheid over hun eigen gedrag, kunnen ze de juiste keuzes maken en dragen ze direct bij aan een positief leefklimaat.

Groepen alleen voor meisjes

In twee groepen verblijven alleen meisjes. De ene meisjesgroep is afgezonderd van andere gemengde groepen; zij hebben extra bescherming nodig. De andere meisjesgroep is meer gericht op ‘naar buiten’ en zit in een gedeelte waar ook gemengde groepen zitten. Dit biedt hen nog wel de bescherming die zij nodig hebben, maar sluit het contact met jongens niet uit.

Onderzoek Tijs Jambroes

Wat werkt in de gesloten jeugdzorg? Kennis vanuit de neurobiologische en neuropyschologische wetenschap draagt bij aan een betere behandeling van jongens en meisjes in een gesloten setting. Het onderzoek van Tijs is veel breder dan alleen de verschillen tussen meisjes en jongens. De uitkomsten bieden verbeteringen voor de praktijk, de indicatiestelling en de behandeling.

De resultaten van zijn onderzoek komen eind 2015 online te staan. Houd de webpagina van de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie in de gaten! Nu alvast benieuwd naar de eerste bevindingen? Lees het verslag van de werkconferentie ‘Wat werkt in de gesloten jeugdzorg’.

 

Testosteron en oestrogeen

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *