Samenwerken in geslotenheid

‘Stel je voor: van de ene op de andere dag word je uit je omgeving gehaald en ergens neergezet waar de deuren op slot gaan. Zonder voorbereiding. Zonder mensen bij wie je je vertrouwt voelt. Zonder vaste ankers waar je op kunt terugvallen. De meeste volwassenen raken al uit balans bij de eerste vaccinatie van hun kind. Een volwassene die overvallen of overrompeld wordt, kan slachtofferhulp krijgen of er staat een traumateam klaar. Voor kinderen die niet ‘deugen’ is er JeugdzorgPlus.

Deze kinderen zijn vaak opgegeven door hun ouders en de hulpverlening. Ze vallen tussen wal en schip: door hun gedragsproblemen zijn ze moeilijk te hanteren voor de kinderpsychiatrie, de jeugdzorg in een vrijwillige context en soms zelfs voor de gesloten psychiatrie. Dan is gesloten jeugdzorg nodig: tijdelijk de deuren op slot en de mogelijkheid om vrijheidsbeperkende maatregelen in te zetten.

‘Deugt’ een kind dan niet? In onze ogen deugt een kind altijd, maar vaak wordt er wel zo naar deze kinderen gekeken.

Medewerkers van de Koppeling zijn erop gebrand deze kinderen en hun omgeving er weer in te laten gaan geloven dat ze wél deugen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze baat hebben bij behandeling in een gesloten setting? Hoe kunnen we hen een toekomst geven?

Kaya is 14 jaar als ze naar de Koppeling gaat. Kaya is een zigeunermeisje. Haar moeder is prostituee en haar vader crimineel. Kaya wordt op 2-jarige leeftijd geadopteerd samen met haar stiefzus. De moeder van Kaya heeft haar vanaf haar geboorte afgewezen. Kaya dacht heel lang dat haar stiefvader – verslaafd aan drugs – haar vader was. Onlangs heeft ze per toeval gehoord dat haar echte vader in de gevangenis zit. Haar adoptiemoeder heeft borderline en altijd voor Kaya en haar zus gezorgd. Kaya gaat naar de Koppeling vanwege zorgen op straat, veel spijbelen en verkeerde vrienden. Adoptiemoeder heeft geen grip meer op Kaya.

Kaya heeft binnen de Koppeling een ontwikkeling doorgemaakt van alles en iedereen afstoten naar een meisje dat begrijpt wie ze is en waarom ze zo is. Ze ziet nu in dat ze niet meer bij haar adoptiemoeder kan wonen en dat moeder haar niet kan bieden wat ze nodig heeft. Kaya haatte zichzelf en deed er alles aan om te zorgen dat het team haar ook ging haten. Maar dat werd niet bereikt. De behandeling lukte door de intensieve samenwerking met de behandelgroep, school, adoptiemoeder en psychotherapeut. Alle disciplines hadden vertrouwen in elkaar, wisten van elkaar wat ze aan het doen waren en hielden elkaar goed op de hoogte. Er was geen onderlinge strijd. Overdracht en tegenoverdracht waren zo beter te verdragen en kon worden gedeeld: ‘Oh, is ze nu bij jou leuk? Dan zal ik wel uit de gratie zijn.’ Uitgangspunt was steeds: we doen allemaal iets en hoe zorgen we ervoor dat alles samenkomt. De behandelcoördinator hield strakke regie.

Dit klinkt misschien eenvoudig, maar dit soort samenwerking gaat echt niet vanzelf.

Samenwerken is zowel het mode- als het codewoord in de publieke sector van de 21e eeuw. Samenwerken blijkt in de praktijk echter lastig, complex en brengt veel onzekerheden met zich mee. De Koppeling is een samenwerking tussen jeugdhulp (Spirit), onderwijs (Altra), kinder- en jeugdpsychiatrie (de Bascule), licht verstandelijke beperking (Lijn5) en verslaving (Arkin). Dit wordt ook wel multifocale samenwerking genoemd. Je kijkt met een soort vari focus bril naar kinderen om met elkaar tot een trajectplan te komen waarin meerdere partners met elkaar samenwerken. Dit stelt hoge eisen aan de partners voor wat betreft specialistisch samenwerken. De kunst voor mij als directeur van de Koppeling is deze multifocale samenwerking goed te faciliteren en toe te werken naar geïntegreerde multifocale zorg.

Multifocale samenwerking is voor deze jongens en meisjes wat mij betreft noodzakelijk. We hebben elkaar nodig om tot een effectieve behandeling te komen. Bij specialistisch samenwerken gaat het om elkaar kennen, visie en verwachtingen over en weer delen, vertrouwen opbouwen en kennis delen. Het gaat niet om redeneren vanuit je eigen eiland, maar open staan voor andere beelden en denkwijzen om op basis daarvan te komen tot een integraal beeld en bijbehorende aanpak. En nogmaals: dat is echt niet makkelijk.

Daarbij gaat het in de JeugdzorgPlus om psychotherapie in een klinische setting. Dit vraagt om een therapeutische sensitiviteit van onze pedagogisch medewerkers op de groepen en een nauw samenspel tussen de pedagogisch medewerkers en de behandelaar van het kind. Het opbouwen van een therapeutische relatie met jongens en meisjes die hier niet vrijwillig verblijven, vraagt om specifieke competenties van iedereen die werkt bij de Koppeling: echtheid tonen, in hun taal spreken, transparant, eerlijk, betrouwbaar en vasthoudend zijn.

En dan ontstaat wat er bij Kaya is gebeurd: zij gelooft er weer in dat ze wel dégelijk deugt.’

Frederique Coelman
Directeur de Koppeling, behandelcentrum JeugdzorgPlus

 

Samenwerken in geslotenheid

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *