‘Kinderen voelen het als jij hoop hebt’

‘Als ze bij ons komen, kijken we verder. Waar komt gedrag vandaan, hoe ziet de voorgeschiedenis eruit, hoe kijkt iemand naar de wereld? Als je voorbij het gedrag kijkt, zie je het kind. Je ziet dromen die diep in hen verscholen liggen. Als je daar de klik vindt maak je contact. En dat is cruciaal voor de behandeling’, zegt Lonneke Goedman, behandelcoördinator bij de Koppeling. Hoe doe je dat – contact maken – bij jongens en meisjes die meer hebben meegemaakt dan je je ooit écht kan voorstellen?

Geen één kind is hetzelfde, ook niet bij de Koppeling. Ieder kind heeft specifieke talenten en een voorgeschiedenis. Opvallend is wel dat het bij veel jongens en meisjes in de Koppeling ontbreekt aan vertrouwen. In zichzelf, maar ook in de mensen om zich heen. Ze ervaren dat ze continue worden afgewezen. Hierdoor ontstaat een chronisch gevoel van onveiligheid. Het gaat op diverse fronten niet goed. Ze blijven vaak zitten op school, kunnen niet sporten of een hobby uitoefenen en hebben moeite om vriendschappen te behouden. Er is vaak sprake van trauma, verwaarlozing of een laag IQ. En ze komen meestal uit gezinnen waar ouders zelf veel hebben meegemaakt en de thuissituatie zeer stressvol is, bijvoorbeeld door financiële problemen, verslaving of relatieproblemen. Daarnaast zijn er nog veel factoren die meespelen, zoals hechtingsproblematiek, een depressie, ADHD of een autisme spectrum stoornis. Jongens en meisjes in de Koppeling hebben meestal een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis.

Behandelen is écht contact maken

Deze kwetsbare en vaak ook beschadigde jongens en meisjes gaan op hun eigen manier met problemen en stress om. Soms vermijden ze contact, lopen weg of vertonen agressief gedrag. Sommigen willen niet dagelijks geconfronteerd worden met wat zij voelen waardoor ze veel gaan blowen. Anderen zijn zo gewend om afgewezen te worden of kritiek te horen dat zij preventief al de strijd aangaan.

Lonneke: ‘Door voorbij dit gedrag te kijken, zie je het kind met zijn eigen kwaliteiten en eigenschappen. De ‘gezonde kant’ noem ik dat; een hobby, interesse, wens qua school of wonen. Daar een klik te vinden met deze ‘gezonde kant’, maak je contact met het kind. Dat is cruciaal voor een effectieve behandeling.’ Jongens en meisjes krijgen in de Koppeling een integratie van orthopedagogische behandeling op de behandelgroepen, passend onderwijs en geïndiceerde psychologische- of psychiatrische behandeling. Deze integrale behandeling is gericht op de toekomst, op het herstel van eigen krachten: wat is er nodig om buiten de geslotenheid te wonen? Lonneke: ‘We zetten samen met de jongere en het gezin een stip op de horizon. Daar werken we naartoe. Weer thuis wonen bijvoorbeeld, naar school gaan en een baantje vinden. Maar ook omgaan met boosheid, verdriet, verwerken van nare gebeurtenissen.’

Nóóit afwijzen

Lonneke vindt werken bij de Koppeling bijzonder, maar zeker niet eenvoudig: ‘Je hebt een lange adem nodig waarbij je doelen klein houdt en succeservaringen viert. En hoe gek een kind ook doet, hoe boos hij ook wordt, hoe afwijkend gedrag hij ook vertoont – hij wordt nóóit afgewezen door mij en mijn collega’s. We doen soms dingen die zij niet leuk vinden, maar we blijven in ze vertrouwen. Kinderen voelen het als jij hoop hebt dat ze écht wel weer buiten de Koppeling hun weg terug vinden. Je gunt ze zo veel meer dan een verblijf in een gesloten behandelcentrum.’

Kinderen voelen het als jij hoop hebt
Spreuken van jongens en meisjes uit de Koppeling, door hen zelf opgezocht.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *