‘Ik houd van weerstand en tegendraadsheid’

“Mijn eerste werkervaring was op een naschoolse opvang. Tijdens mijn werk trokken met name de ‘moeilijke gevallen’ me aan. In die zin was de hulpverlening dan ook een logische vervolgstap.

Het werk op een orthopsychiatrische leefgroep is zwaar. Je moet stevig in je schoenen staan om te kunnen omgaan met verbale agressie. Je moet nuchter zijn, kunnen relativeren en niet bang zijn voor conflicten. Er heerst een enorme groepsdynamiek. Ik houd ook van weerstand en tegendraadsheid maar heb altijd in mijn achterhoofd dat ik degene ben die de kinderen houvast moet geven en de grenzen moet vastleggen. Ik ben inmiddels wel zo ver dat ik durf te zeggen dat de kinderen weten wat ze aan me hebben en dat ze dat ook nodig hebben.

Voor elk kind op de groep wordt door een orthopedagoog/psycholoog, in overleg met Bureau Jeugdzorg en de ouders/verzorgers, een behandelplan opgesteld. In werkoverleggen met je afdelingsmanager en een orthopedagoog/psycholoog bespreek je de voortgang van zo’n  behandelplan. Er wordt bij voorbeeld bekeken of de wijze van hulpverlening moet worden aangepast en of bepaalde kinderen andere vormen van therapie of begeleiding nodig hebben. Hierbij wordt de mening van de verschillende medewerkers zeer op prijs gesteld. Leidinggevenden bij Spirit nemen medewerkers dan ook heel serieus.


Kinderen blijven gemiddeld 3 jaar bij ons of tot ze de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
Het is een paar keer gebeurd dat een ex-cliënt me opbelde om te vertellen hoe het met hem of haar ging, of om een afspraak te maken om ‘bij te kletsen’. Ik zal nooit zeggen daar doe ik het voor maar het is toch wel het mooiste compliment dat je kunt krijgen.”

 

 

Pedagogisch medewerker, 32 jaar bij een Orthopsychiatrische voorziening van Spirit